Woolloomooloo (MW)


Zo van: ‹‹Het zou goed zijn als je iets van de wereld ging zien, Australië of zo. Je oom Theo is daar ook geweest en heeft er zijn vrouw ontmoet, kun je nagaan. Maar daar gaat het natuurlijk niet om, het zijn de indrukken die je opdoet. Zelfstandig zijn. Lees meer over dit bericht

Vorst (uit de serie Maria) (MW)


Moeder zat onderuitgezakt op de sofa. Ze keek naar de televisie. Haar hand was onder de band van haar rok geschoven, zoals ze vaker deed als ze zich verveelde. Wij zaten aan tafel. Ik was halverwege een legpuzzel. Het rode treinstel en de magnoliastruik lagen er al. Ik werkte aan het onduidelijke gras onderaan en de lichtblauwe lucht boven het chalet. Vader zat naast mij. Zijn pijp walmde, maar niet onaangenaam. Hij las de avondkrant en streek met zijn vrije hand zachtjes door zijn baard. Er werd niet gesproken, zodat ik het ruisen van de populieren goed kon horen. Ook het slaan van de kerkklokken in het dal ontging me niet. Het was vier uur. Lees meer over dit bericht

Mooi plekje (fragment uit de serie Luc) (PD)


Vanuit mijn ooghoek zag ik mijn nichtje Chloé. Toen ze me aankeek, dook ik nog verder weg achter de rok van mijn moeder. Tot alleen mijn hoofd nog voor Chloé zichtbaar was. Ze deed altijd heel gemeen als ze bij ons op visite kwam met tante Judith. Dat was nog niet het ergste, want elke keer als Chloé op mijn kamer was komen spelen, miste ik wel een paar soldaatjes. Ik wist zeker dat zij ze kwijt maakte of mee naar huis nam. Om te voorkomen dat mijn leger steeds verder uitdunde en in de handen van de vijand viel, verstopte ik de soldaatjes voortaan op een geheime plek. Lees meer over dit bericht

Het kleine leven in een oude telefoon (fragment uit de serie Luc) (PD)


Als een doldwaze stormde ik vroeger altijd de trap af. Onder luid protest van mijn moeder, maar dat vond ik altijd het leukste. Mijn moeder pesten. Haar waarschuwingen die ik nooit serieus nam.
“Luc. Voor de zoveelste keer, niet van de trap af rennen. Als je valt, breek je nog wat.”
“Ja, mama. Sorry.”
Natuurlijk zou ik de volgende keer weer als een idioot de trap af rennen, half struikelend omdat ik te veel treden tegelijk wilde nemen. Lees meer over dit bericht

Wakker (fragment uit de serie Luc) (PD)


De deur van mijn slaapkamer moest op een kiertje staan. Altijd. Het liefst met de lamp op de overloop aan. Dat moest wel, omdat je nooit kon weten wat er ‘s nachts allemaal in ons huis rondspookte en onder mijn bed kroop. Het licht was mijn bescherming. Ik kon er op vertrouwen. Soms ontsnapte ik ‘s nachts aan enge, harige monsters die mij achtervolgden, maar ik werd altijd weer wakker in mijn vertrouwde omgeving. Het geruststellende lichtschijnsel vanaf de overloop brandde dan als een baken door de kier van de deur, onverstoord door  mijn avonturen. Maar vannacht niet.  Lees meer over dit bericht

%d bloggers liken dit: