Bij de rivier (uit de serie Maria) (MW)


Ik en Maria zijn samen bij de rivier. We praten wat en lachen om elkaar. Dan horen we stemmen achter ons. Ik schrik. Het is vader met zijn vrienden. Ze zouden gaan jagen in het bos, maar zijn blijkbaar de andere kant opgegaan. Ze mogen ons niet zien. Haastig gris ik mijn spullen bij elkaar en sommeer Maria mee te komen. ‘Waarom,’ vraagt ze me. ‘Vader mag ons niet samen zien,’ antwoord ik. Maria haalt haar schouders op. ‘Ik ben je toch gewoon aan het helpen met je huiswerk?’ Ik frons mijn wenkbrauwen: ‘Maria! Het idee alleen al kan me een week huisarrest kosten. Je weet dat ik niet …’. Maria onderbreekt me: ‘Ja, jij niet met mij. Maar ik wel met jou. Ik blijf hier.’ Lees meer over dit bericht

Vorst (uit de serie Maria) (MW)


Moeder zat onderuitgezakt op de sofa. Ze keek naar de televisie. Haar hand was onder de band van haar rok geschoven, zoals ze vaker deed als ze zich verveelde. Wij zaten aan tafel. Ik was halverwege een legpuzzel. Het rode treinstel en de magnoliastruik lagen er al. Ik werkte aan het onduidelijke gras onderaan en de lichtblauwe lucht boven het chalet. Vader zat naast mij. Zijn pijp walmde, maar niet onaangenaam. Hij las de avondkrant en streek met zijn vrije hand zachtjes door zijn baard. Er werd niet gesproken, zodat ik het ruisen van de populieren goed kon horen. Ook het slaan van de kerkklokken in het dal ontging me niet. Het was vier uur. Lees meer over dit bericht

%d bloggers liken dit: