Ellesmere Island – 3 (MW)


Geachte mevrouw Babtillard,

Ongetwijfeld heeft u het nieuws over de verdwijning van uw zoon reeds vernomen. Zelfs in deze onherbergzame streken reist nieuws snel. Vaak sneller dan wij zelf. Het doet me verdriet u te moeten melden dat ook tot op heden wij geen spoor van Bruno hebben kunnen vinden. Lees meer over dit bericht

Advertenties

Ellesmere Island – 2 (MW)


De zon was nog niet op, maar Baptillard had de voorraad al geteld. Ik hoefde niet te kijken om te weten dat het te weinig was. Te weinig om verder te gaan en misschien net genoeg om terug te komen. Als het mooi weer bleef. En dat was niet waarschijnlijk. Op het moment dat Baptillard ons mondvoorraad terug aan het inpakken was, joeg de sneeuw langs de ruiten. Ik zat op een matras en rookte. Aan sigaretten geen gebrek gelukkig. In de kast hadden we een slof Key West gevonden. Toen Baptillard klaar was met inpakken ging hij naast me op het matras zitten. Ook hij stak een sigaret op. We zwegen. Lees meer over dit bericht

Ellesmere Island (MW)


Baptillard kwam de hut van de handelspost binnen en ik vreesde wat hij ging zeggen.Het was nog donker toen ik mijn slaapzak uitkroop. Ik was gewekt door honger en de geur van tabak. Baptillard zat in de hoek van de tent de tassen in te pakken. Een verfrommelde peuk hing aan zijn onderlip. ‘Goedemorgen,’ zei ik. Baptillard zei niets terug, maar gooide een sigaret op mijn slaapzak. ‘Hoe laat is het,” vroeg ik toen ik de peuk opstak. Geen beter ontbijt dan een sigaret bij vrieskou. Lees meer over dit bericht

Bij de rivier (uit de serie Maria) (MW)


Ik en Maria zijn samen bij de rivier. We praten wat en lachen om elkaar. Dan horen we stemmen achter ons. Ik schrik. Het is vader met zijn vrienden. Ze zouden gaan jagen in het bos, maar zijn blijkbaar de andere kant opgegaan. Ze mogen ons niet zien. Haastig gris ik mijn spullen bij elkaar en sommeer Maria mee te komen. ‘Waarom,’ vraagt ze me. ‘Vader mag ons niet samen zien,’ antwoord ik. Maria haalt haar schouders op. ‘Ik ben je toch gewoon aan het helpen met je huiswerk?’ Ik frons mijn wenkbrauwen: ‘Maria! Het idee alleen al kan me een week huisarrest kosten. Je weet dat ik niet …’. Maria onderbreekt me: ‘Ja, jij niet met mij. Maar ik wel met jou. Ik blijf hier.’ Lees meer over dit bericht

Vorst (uit de serie Maria) (MW)


Moeder zat onderuitgezakt op de sofa. Ze keek naar de televisie. Haar hand was onder de band van haar rok geschoven, zoals ze vaker deed als ze zich verveelde. Wij zaten aan tafel. Ik was halverwege een legpuzzel. Het rode treinstel en de magnoliastruik lagen er al. Ik werkte aan het onduidelijke gras onderaan en de lichtblauwe lucht boven het chalet. Vader zat naast mij. Zijn pijp walmde, maar niet onaangenaam. Hij las de avondkrant en streek met zijn vrije hand zachtjes door zijn baard. Er werd niet gesproken, zodat ik het ruisen van de populieren goed kon horen. Ook het slaan van de kerkklokken in het dal ontging me niet. Het was vier uur. Lees meer over dit bericht

In het binnengasthuis (MW)


De vrouw had geen haar en ademde pruttelend. Haar hoofd lag naar het raam gedraaid. Ik liep de kamer binnen en keek naar haar. Ze keek niet naar mij, maar naar buiten. Ik keek ook naar buiten. In de verte kon ik een rijtje bomen zien. Er waren nog vijf andere bedden. Ze waren leeg. Ik vroeg me af waar de andere mensen waren. ‘Dag mevrouw,’ zei ik. Ze zei niets terug. Een slang liep van haar neus naar een apparaat dat scheef hing in een soort kapstok op wieltjes. Blauwe lampjes knipperden traag aan en uit. Onder het apparaat hing een zak met vloeistof erin. Ik liep de kamer weer uit. Verderop in de gang was een hokje. Er kwam geel licht uit. Een meisje in een wit jurkje zat aan een bureau en keek naar een televisie. Ze merkte me niet op. ‘Hallo,’ zei ik. Ze keek naar me, maar zei niets terug. ‘Er ligt daar een mevrouw,’ zei ik, ‘ze pruttelt.’ ‘Daar heeft u niets mee te maken,’ antwoordde ze en draaide weer terug naar het beeldscherm. Lees meer over dit bericht

Petrichor, of het verhaal van Frank Treuren (MW)


De havo was gevestigd in een hoog gebouw van bruine baksteen. Op de eerste verdieping was het Aardrijkskundelokaal. Elke les weer verloor Frank Treuren zich in de grote wandkaarten. Ruhrgebied, Peelhorst, Formatie van Tegelen. Op de woensdagmiddagen was er tekenles gelijk na de Aardrijkskunde. Alleen op deze dag zorgde Frank ervoor als eerste bij de deur te zijn na het klinken van de bel. Bij het aflopen van de brede trappen naar het tekenlokaal ontmoette hij haar dan. Claudia Verburg. Zijn voeten raakten de treden niet meer wanneer zij langs liep. Op sommige dagen sloot Frank zijn ogen als ze passeerde. Hij kon haar ruiken. Claudia’s geur kwam, zonder dat zij daar erg in had, in hem. Via zijn neusgaten nam hij bezit van haar. Veel onuitwisbaarder dan kijken was dit ruiken. Een blik was vluchtig, maar geur was stoffelijk. Zodat ze op een goede dag samen zouden zijn. De wandkaarten en de geur van Claudia Verburg werden de iconen uit het tweede jaar op de havo van Frank Treuren. Lees meer over dit bericht

%d bloggers liken dit: