Er is die tunnel (PD)


Op 12 oktober bracht een kogel uit het wapen van een regeringssoldaat of misschien meerdere kogels van meerdere regeringssoldaten een Soedanese rebellenleider om het leven. Jarenlang koos hij elke zaterdag lukraak een inwoner uit een van ‘zijn’ dorpen uit om deze te laten vierendelen door jeeps van zijn rebellenleger. Welke ledemaat er statistisch gezien het eerste opgaf en loskwam was onbekend. Ik kon het ook niet tussen de regels door lezen. Een arm hoogstwaarschijnlijk, die lijken zo losjes vast te zitten aan de romp. Lees meer over dit bericht

Advertenties

Troelstralaan (PD)


Ik word wakker van de telefoon op de overloop. Het geluid  dringt fel en aanhoudend door de dichte deur van de slaapkamer. Als ik op de wekker kijk, zie ik net elf over twee verspringen naar twaalf over twee. Pikdonker. Dan pas dringt het tot mij door dat een telefoontje midden in de nacht niet goed is. Lees meer over dit bericht

Ware liefde (MW)


Het is verdomd koud. Ik trek mijn kraag omhoog, maar heb eigenlijk te weinig aan. Ik voel in mijn zakken; een paperclip en een paar muntjes. Ik kan maar beter ergens koffie gaan drinken. Aan het einde van de straat zit een goedkope zaak. Onder de brug zit een muzikant, of beter gezegd, een man zonder benen met een gitaar. Hij zingt ontzettend hard een liedje wat me niet bekend voorkomt; Lees meer over dit bericht

Kafka in de antichambre (RP)


‘Desondanks wil ik u helpen,’ zei de vrouw. ‘Komt u maar mee, we moeten het bespreken.’ Ontstemd over het koele voorbehoud trad ik de ruime hal binnen. Zonder nog iets te zeggen, ging ze me voor naar de ontvangstkamer. De deur liet ze open staan. Enigszins weifelend sloot ik deze en haastte me achter de vrouw aan. Lees meer over dit bericht

Vlirimov (PD)


Toen Vlirimov zijn motelkamer binnenging, liep hij tegen een muur van muffigheid op, vermengd met een verstikkende tabakslucht. De overmatig zwetende receptionist had hem achterdochtig aangekeken toen hij net bij het inchecken vroeg om een niet-rokers kamer. Die zijn er niet, had de man hem kortaf meegedeeld waarbij een misselijkmakende stank van oude koffie en knoflook uit zijn mond was meegekomen. Lees meer over dit bericht

Nachtspel (PD)


De wereld en ik hebben elkaar verzonnen. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt hoe ik tegen het leven in het algemeen en die van mij in het bijzonder aan kijk. Sterker nog, iedereen mag zeggen dat ze in hun eigen bedachte leven rond dwalen. Dan nog zijn ze figuranten in mijn wereld. Zo egoïstisch ben ik wel. Maar wacht. Voor ik verder ga, wil ik iets bekennen en alles wat ik hiervoor heb gezegd in het verleden plaatsen. Lees meer over dit bericht

Bij de rivier (uit de serie Maria) (MW)


Ik en Maria zijn samen bij de rivier. We praten wat en lachen om elkaar. Dan horen we stemmen achter ons. Ik schrik. Het is vader met zijn vrienden. Ze zouden gaan jagen in het bos, maar zijn blijkbaar de andere kant opgegaan. Ze mogen ons niet zien. Haastig gris ik mijn spullen bij elkaar en sommeer Maria mee te komen. ‘Waarom,’ vraagt ze me. ‘Vader mag ons niet samen zien,’ antwoord ik. Maria haalt haar schouders op. ‘Ik ben je toch gewoon aan het helpen met je huiswerk?’ Ik frons mijn wenkbrauwen: ‘Maria! Het idee alleen al kan me een week huisarrest kosten. Je weet dat ik niet …’. Maria onderbreekt me: ‘Ja, jij niet met mij. Maar ik wel met jou. Ik blijf hier.’ Lees meer over dit bericht

Vorst (uit de serie Maria) (MW)


Moeder zat onderuitgezakt op de sofa. Ze keek naar de televisie. Haar hand was onder de band van haar rok geschoven, zoals ze vaker deed als ze zich verveelde. Wij zaten aan tafel. Ik was halverwege een legpuzzel. Het rode treinstel en de magnoliastruik lagen er al. Ik werkte aan het onduidelijke gras onderaan en de lichtblauwe lucht boven het chalet. Vader zat naast mij. Zijn pijp walmde, maar niet onaangenaam. Hij las de avondkrant en streek met zijn vrije hand zachtjes door zijn baard. Er werd niet gesproken, zodat ik het ruisen van de populieren goed kon horen. Ook het slaan van de kerkklokken in het dal ontging me niet. Het was vier uur. Lees meer over dit bericht

In het binnengasthuis (MW)


De vrouw had geen haar en ademde pruttelend. Haar hoofd lag naar het raam gedraaid. Ik liep de kamer binnen en keek naar haar. Ze keek niet naar mij, maar naar buiten. Ik keek ook naar buiten. In de verte kon ik een rijtje bomen zien. Er waren nog vijf andere bedden. Ze waren leeg. Ik vroeg me af waar de andere mensen waren. ‘Dag mevrouw,’ zei ik. Ze zei niets terug. Een slang liep van haar neus naar een apparaat dat scheef hing in een soort kapstok op wieltjes. Blauwe lampjes knipperden traag aan en uit. Onder het apparaat hing een zak met vloeistof erin. Ik liep de kamer weer uit. Verderop in de gang was een hokje. Er kwam geel licht uit. Een meisje in een wit jurkje zat aan een bureau en keek naar een televisie. Ze merkte me niet op. ‘Hallo,’ zei ik. Ze keek naar me, maar zei niets terug. ‘Er ligt daar een mevrouw,’ zei ik, ‘ze pruttelt.’ ‘Daar heeft u niets mee te maken,’ antwoordde ze en draaide weer terug naar het beeldscherm. Lees meer over dit bericht

Mooi plekje (fragment uit de serie Luc) (PD)


Vanuit mijn ooghoek zag ik mijn nichtje Chloé. Toen ze me aankeek, dook ik nog verder weg achter de rok van mijn moeder. Tot alleen mijn hoofd nog voor Chloé zichtbaar was. Ze deed altijd heel gemeen als ze bij ons op visite kwam met tante Judith. Dat was nog niet het ergste, want elke keer als Chloé op mijn kamer was komen spelen, miste ik wel een paar soldaatjes. Ik wist zeker dat zij ze kwijt maakte of mee naar huis nam. Om te voorkomen dat mijn leger steeds verder uitdunde en in de handen van de vijand viel, verstopte ik de soldaatjes voortaan op een geheime plek. Lees meer over dit bericht

Ballon (fragment uit de serie Luc) (PD)


Hooguit een halfuurtje. Langer zou je er volgens West-Marseillanen die Val-de-Ricard op de kaart wisten aan te wijzen niet over doen om het plaatsje per auto te bereiken. Buiten de spits. Maar ik besefte donders goed dat bij mijn vertrek uit Marseille geen sterveling geïnteresseerd was in zo’n godvergeten gehucht, al helemaal niet de volgevreten lui die mij eerder vanuit het Quick restaurant stonden aan te gapen. Nu zat ik opgescheept met twee randfiguren in een wrakkige Renault. Lees meer over dit bericht

Het kleine leven in een oude telefoon (fragment uit de serie Luc) (PD)


Als een doldwaze stormde ik vroeger altijd de trap af. Onder luid protest van mijn moeder, maar dat vond ik altijd het leukste. Mijn moeder pesten. Haar waarschuwingen die ik nooit serieus nam.
“Luc. Voor de zoveelste keer, niet van de trap af rennen. Als je valt, breek je nog wat.”
“Ja, mama. Sorry.”
Natuurlijk zou ik de volgende keer weer als een idioot de trap af rennen, half struikelend omdat ik te veel treden tegelijk wilde nemen. Lees meer over dit bericht

Wakker (fragment uit de serie Luc) (PD)


De deur van mijn slaapkamer moest op een kiertje staan. Altijd. Het liefst met de lamp op de overloop aan. Dat moest wel, omdat je nooit kon weten wat er ‘s nachts allemaal in ons huis rondspookte en onder mijn bed kroop. Het licht was mijn bescherming. Ik kon er op vertrouwen. Soms ontsnapte ik ‘s nachts aan enge, harige monsters die mij achtervolgden, maar ik werd altijd weer wakker in mijn vertrouwde omgeving. Het geruststellende lichtschijnsel vanaf de overloop brandde dan als een baken door de kier van de deur, onverstoord door  mijn avonturen. Maar vannacht niet.  Lees meer over dit bericht

Val-de-Ricard (fragment uit de serie Luc) (PD)


Gisteren zouden er in Lucs volmaakte plan vandaag geen doden zijn gevallen. Tot Benoît in het spel kwam. Het hele plan dreigde nu te mislukken door één daad van bravoure van Luc. Hij moest gisteren in de kroeg zo nodig opscheppen. Te trots om het voor zichzelf te houden. Zijn maten mochten best weten wat hij had bekokstoofd.  Maar wat Luc niet kon vermoeden, was dat de gluiperige Benoît een eindje verderop had zitten meeluisteren naar de stoere taal die hij uitkraamde. Nu wilde Benoît een graantje meepikken. Lees meer over dit bericht

%d bloggers liken dit: