Mooi plekje (fragment uit de serie Luc) (PD)


Vanuit mijn ooghoek zag ik mijn nichtje Chloé. Toen ze me aankeek, dook ik nog verder weg achter de rok van mijn moeder. Tot alleen mijn hoofd nog voor Chloé zichtbaar was. Ze deed altijd heel gemeen als ze bij ons op visite kwam met tante Judith. Dat was nog niet het ergste, want elke keer als Chloé op mijn kamer was komen spelen, miste ik wel een paar soldaatjes. Ik wist zeker dat zij ze kwijt maakte of mee naar huis nam. Om te voorkomen dat mijn leger steeds verder uitdunde en in de handen van de vijand viel, verstopte ik de soldaatjes voortaan op een geheime plek. Lees meer over dit bericht

Ballon (fragment uit de serie Luc) (PD)


Hooguit een halfuurtje. Langer zou je er volgens West-Marseillanen die Val-de-Ricard op de kaart wisten aan te wijzen niet over doen om het plaatsje per auto te bereiken. Buiten de spits. Maar ik besefte donders goed dat bij mijn vertrek uit Marseille geen sterveling geïnteresseerd was in zo’n godvergeten gehucht, al helemaal niet de volgevreten lui die mij eerder vanuit het Quick restaurant stonden aan te gapen. Nu zat ik opgescheept met twee randfiguren in een wrakkige Renault. Lees meer over dit bericht

Het kleine leven in een oude telefoon (fragment uit de serie Luc) (PD)


Als een doldwaze stormde ik vroeger altijd de trap af. Onder luid protest van mijn moeder, maar dat vond ik altijd het leukste. Mijn moeder pesten. Haar waarschuwingen die ik nooit serieus nam.
“Luc. Voor de zoveelste keer, niet van de trap af rennen. Als je valt, breek je nog wat.”
“Ja, mama. Sorry.”
Natuurlijk zou ik de volgende keer weer als een idioot de trap af rennen, half struikelend omdat ik te veel treden tegelijk wilde nemen. Lees meer over dit bericht

Wakker (fragment uit de serie Luc) (PD)


De deur van mijn slaapkamer moest op een kiertje staan. Altijd. Het liefst met de lamp op de overloop aan. Dat moest wel, omdat je nooit kon weten wat er ‘s nachts allemaal in ons huis rondspookte en onder mijn bed kroop. Het licht was mijn bescherming. Ik kon er op vertrouwen. Soms ontsnapte ik ‘s nachts aan enge, harige monsters die mij achtervolgden, maar ik werd altijd weer wakker in mijn vertrouwde omgeving. Het geruststellende lichtschijnsel vanaf de overloop brandde dan als een baken door de kier van de deur, onverstoord door  mijn avonturen. Maar vannacht niet.  Lees meer over dit bericht

Val-de-Ricard (fragment uit de serie Luc) (PD)


Gisteren zouden er in Lucs volmaakte plan vandaag geen doden zijn gevallen. Tot Benoît in het spel kwam. Het hele plan dreigde nu te mislukken door één daad van bravoure van Luc. Hij moest gisteren in de kroeg zo nodig opscheppen. Te trots om het voor zichzelf te houden. Zijn maten mochten best weten wat hij had bekokstoofd.  Maar wat Luc niet kon vermoeden, was dat de gluiperige Benoît een eindje verderop had zitten meeluisteren naar de stoere taal die hij uitkraamde. Nu wilde Benoît een graantje meepikken. Lees meer over dit bericht

Teken van leven (PD)


De envelop had twee dagen ongeopend op de eettafel gelegen, voordat Roman Welltrec de moed bij elkaar had geraapt het te openen. Het was het handschrift op de voorkant van de envelop dat hem deed twijfelen en hem angst inboezemde. Vijfendertig jaar geleden zag hij die sierlijke, maar fragiele pennenstreken voor het laatst. Hij had gehoopt die nooit weer terug te zien. Lees meer over dit bericht

%d bloggers liken dit: