Arbeid (MW)


Meneer Chiang betaalt voldoende. Hij zegt dat hij goed voor ons zorgt.
“Als je maar wat harder zou werken,” zucht hij alleen vaak. Ik probeer te doen wat hij wil, maar ik kan niet harder. Ik ben vaak zo moe.
“Ik geef je anders genoeg te eten,” roept hij, “jij bent gewoon lui.” Lees meer over dit bericht

Advertenties

Ander leven (MW)


We kunnen hem niet meer verstaan, dat is het vooral. Hij kan zeggen dat het door zijn brommer komt. Of dat hij voortaan elke vrijdagavond naar het cafe gaat met zijn vrienden uit klas vijf. Of dat hij zaterdags moet werken. En dat we hem daarom niet meer zien in het zwembad op zondagmiddag. Of langs de randen van de bouwplaats waar we pvc-buizen zoeken voor onze blaaspijpen. Of anders op het voetbalveld. Dat zou hij kunnen zeggen. Maar wij zien dat toch echt anders. Het is dat onuitstaanbaar schorre stemmetje. En hoe hij daarmee loopt op te scheppen over zijn bier en sigaretten. En zijn vriendinnen. Hij kan ons nog meer vertellen. Wij zijn blij dat hij niet meer meedoet.

De esdoorn (MW)


Hanna had haar zinnen op een Japanse Esdoorn gezet. Ze liet zich voortdurend gek maken door de aanbiedingen van het tuincentrum, maar eenmaal naar huis gesleept en overgeleverd aan haar verwaarlozingen, wachtten de arme struiken en heesters een onvermijdelijke langzame dood. Maar daar had ze blijkbaar geen problemen mee.

Lees meer over dit bericht

Het ongeveer-120-woorden-drieluik (LL)


24 oktober 1994

In de lange witte gang met kindertekeningen hing de geur van warme kopietjes. Het was herfstig, maar toch droog. Ik droeg de groene jas die nog van mijn grote broer was geweest en daarvoor nog van mijn grotere broer. Buiten speelden we blindemannetje met de sjaal van Sabien. Zij was zelf de blindeman, toen de eerste bel ging. De andere kinderen maakten al aanstalten om naar binnen te gaan, maar ik bleef stokstijf staan, omdat dat nou eenmaal moest, maar meer nog omdat ze Lees meer over dit bericht

‘Lig’ (PD)


Elke ochtend, behalve in het weekend en op woensdag, brengt de trein Bessel van spoor 1 naar het station van de grote stad, waarvandaan hij maar een stukje hoeft te wandelen naar de werkplaats. Bessel doet het liefst wasknijpers of anders is dozen inpakken ook goed. ‘s Avonds komt hij, terug uit de stad, weer aan op spoor 2. Vandaag hoopt hij op wasknijpers. Lees meer over dit bericht

Tuintje in mijn hart (MW)


ik heb een tuintje in mijn hart

ijlings aangelegd voor jou

wat zonder zonnestralen

en ingezaaid met smart

eenzaam zal verschralen

in de kou Lees meer over dit bericht

De Overval (RP)


Ik zit in de stront, begrijpt Arno. Tot over mijn oren. Hij voelt nog een keer aan de pols van het kaasboertje. Niets. Als hij het loslaat, valt de arm van de dode als een ledemaat van een slappe pop terug op de stenen vloer. Het is nooit druk op dit uur, maar Arno beseft dat er desondanks elk moment iemand de winkel kan binnenstappen. Met een hartaanval als smoes wegkomen lukt niet. Daarvoor zit het mes, dat diep in de borst van het kaasboertje steekt, in de weg. Lees meer over dit bericht

Het troniekabinet (PD)


Isolde moest honderden gezichten hebben gezien in de uren dat ze had gewacht op het station. Maar het mannengezicht dat ze zocht, zat er niet bij. Een keer dacht ze er op een afstand een glimp van op te vangen. Maar de opluchting verdween als sneeuw voor de zon toen het een volkomen onbekende bleek te zijn die naderde. Lees meer over dit bericht

Woolloomooloo (MW)


Zo van: ‹‹Het zou goed zijn als je iets van de wereld ging zien, Australië of zo. Je oom Theo is daar ook geweest en heeft er zijn vrouw ontmoet, kun je nagaan. Maar daar gaat het natuurlijk niet om, het zijn de indrukken die je opdoet. Zelfstandig zijn. Lees meer over dit bericht

Garage (PD)


Soms was Bill in zo’n euforische staat dat de seconden, minuten, uren en dagen die de mens vooruit beweegt, volledig aan hem voorbij gingen. In ieder geval bleven de melk en koekjes die zijn moeder regelmatig bracht onaangeroerd voor de door hem vergrendelde garagedeur staan. Lees meer over dit bericht

Ooggetuige (MW)


‘Ik ben nooit gelukkig geweest,’ schreeuwde hij naar iedereen die het wilde horen. Maar dat waren er niet zoveel. Ik hoorde het wel, maar wilde dat niet. Behalve mijzelf zat alleen een slordige vent over een krant gebogen aan een van de tafeltjes van het verstilde kroegje. Er was geen muziek. Lees meer over dit bericht

Wrong turn (MW)


Achteraf gezien was het allemaal niet zo verstandig. Maar op het moment zelf denk je daar niet aan. Dan zijn je gedachten ver weg. Ze was zo zacht. Zo perfect vanzelfsprekend. Lees meer over dit bericht

Misdaad (LL)


‘Als ik een inbreker, in mijn eigen huis, op heterdaad zou betrappen, dan zou ik hem dood slaan.’

Een maand later stond ik in mijn eigen woonkamer, mijn pyjama haastig aangedaan, mijn ogen nog niet gewend aan het donker. Tegenover mij stond de jongen, een jaar of veertien, klein van stuk. Hij stond stokstijf met de kabel van mijn laptop nog in zijn hand. Onhandig liet hij de kabel los en plukte aan de onderkant van zijn zwarte Lees meer over dit bericht

Bekroning (MW)


Het dringt pas tot je door als je je naam hoort noemen. Als alle ogen zich op jou richten en je als vanzelf opstaat. Je ziet jezelf naar het podium lopen. Je omhelst je vrouw. Zoent een vreemde. Lees meer over dit bericht

Vreselijk gelukkig (PD)


Natuurlijk kwam Karels klap hard aan. Maar ze moest begrijpen dat er regels waren om er samen iets moois van te maken. Karel keek neer op zijn vrouw, die ineengekrompen voor hem lag. Lees meer over dit bericht

Kunst en cultuur (MW)


Doctor Octagon maaide met zijn laserstraal het halve leger van Mister Mighty omver. ‘Wacht maar,’ gromde deze gelaten en hij spuugde zijn sigaar op de grond, ‘dan heb je buiten mijn magnetisch krachtveld gerekend.’ Lees meer over dit bericht

1997 (MW)


Het is veel heter dan ik had gedacht maar ik durf niets uit te doen waar moet ik de spullen laten? Het lijkt een Mexicaan hij prutst aan de motor ik kan hem niet verstaan hij zal wel weten wat hij doet ik praat met een aardige man hij is hier ook voor het eerst maar hij gaat overmorgen weer weg ik pas over zes maanden ik zie de bomen staan maar herken niets van de plaatjes uit het boek dat zijn de oudste bomen uit het bos zegt de man die zijn vaak heilig ik knik ja dat had ik moeten weten maar laat het niet merken wat zegt die mexicaan hij zwaait naar de overkant er komen mensen aan wat duurt het lang, wat zou ik uit kunnen doen? Lees meer over dit bericht

1994 (MW)


Waar zijn we allemaal geweest ik kan het me niet herinneren terug op de fiets naar huis Erna voorop, ik en Leo erachteraan. Leo wil nog pinnen dus ik en Erna wachten buiten het is koud ik wil Erna niet zoenen maar er is geen andere vrouw zij daagt mij uit ze is lelijk draagt een lelijke broek maar er is geen andere vrouw. Lees meer over dit bericht

1989 (MW)


Er zit modder op mijn broek maar ik heb geen zin er op te letten. We fietsen al zo lang. Mijn nek verbrandt  er zit iets tussen mijn tanden. Daar bij de dijk zegt ze daar daar daar. Lachen en ervan door fietsen. Het zijn die blauwe bloemen die ik moet plukken niet vergeten. De blauwe vond ze mooi. Lees meer over dit bericht

1981 (MW)


We zaten op de achterbank en de radio was aan. Regendruppels in horizontale strepen die heel langzaam van de auto stroomden. Vader en moeder praten voorin, maar je verstaat ze niet want de motor maakt teveel lawaai. Val bijna in slaap en heb vet in mijn mond van de worstjes van oma. Lees meer over dit bericht

1979 (MW)


Waarom kan ik nooit slapen en komen ze al als ik nog wakker ben. De geur van koffie dikke sigaren nu kan ik zeker niet meer slapen. Stilletjes op de gang mijn benen tussen de spijlen van het traphek ik kan ze zien zitten in de woonkamer maar ze zien mij niet. Dikke man met een baard rookt de sigaar. Lees meer over dit bericht

Nummer 267 (PD)


Norman móest het huis aan de Prinsengracht met eigen ogen zien, voordat hij morgen terugvloog naar Atlanta. Dat was hij de geschiedenis schatplichtig, vond hij. In zijn haast om er te komen, sleepte hij zijn reismaat Connor mee. Lees meer over dit bericht

Kafka in de antichambre (RP)


‘Desondanks wil ik u helpen,’ zei de vrouw. ‘Komt u maar mee, we moeten het bespreken.’ Ontstemd over het koele voorbehoud trad ik de ruime hal binnen. Zonder nog iets te zeggen, ging ze me voor naar de ontvangstkamer. De deur liet ze open staan. Enigszins weifelend sloot ik deze en haastte me achter de vrouw aan. Lees meer over dit bericht

Sport en spel (MW)


Op zaterdag speelden we direct na het eten trefbal op het plein. Vaak nog met de aardappels tussen onze tanden zetten we het veldje op. Hein was het fanatiekst. Hard gooien en veel schreeuwen. Maar vandaag was hij stil. Hij bewoog nauwelijks en werd als eerste geraakt. Door Bertho nota bene, de slappeling. Lees meer over dit bericht

Natte sneeuw (MW)


Haastig stak ik de krant onder mijn arm, ondertussen het dekseltje op de gloeiend hete koffie wurmend. Het was laat. Ik nam de trap met twee treden tegelijk. Het perron was leeg, de trein stond nog klaar. Ik probeerde te rennen, maar moest opletten met die koffie. En het was guur koud. En glad, met die natte sneeuw. Ik had hem dan ook niet zien staan, maar stootte hem wel aan. En hard ook blijkbaar, want hij kukelde zo van het perron af. Lees meer over dit bericht

Atatürk (PD)


“Je hebt wat gedaan?” Tuygun keek Kemal aan met een mengeling van verbazing en een schaterlach die op doorbreken stond.
“Ben je doof? Dat heb ik je toch net verteld. Trouwens, wist ik veel,” antwoordde Kemal, terwijl hij voelt of de wattenpropjes nog goed op hun plek zitten in zijn neusgaten. Lees meer over dit bericht

Spätkauf Kuvvet (PD)


Kemal hield van zijn vader en moeder, maar verafschuwde de rol die zij hem hadden toebedacht. Dat bestond er voornamelijk uit dat hij hun appeltje voor de dorst was. Een idee-fixe die zwaar op Kemals schouders rustte. Om hun zo gekoesterde vooruitzicht te temperen had hij het onderwerp een paar keer aangesneden. Zij het bedachtzaam, om hen niet te kwetsen. Eergisteren deed hij weer een poging. Lees meer over dit bericht

November 1989 (MW)


Samen met de Berlijnse muur viel haar droom in stukken. Wat kon ze nu doen? Haar gekoesterde heilstaat was definitief ten gronde gericht. De mensen dansten en dronken uitzinnig door de straten. Terwijl het allemaal begonnen was voor een wereld die haar zo lief was. Een wereld van eendracht en optimisme.
Ze zat in het raam en rookte. Het was koud buiten. De avond viel en de lichten in de stad gloeiden op. Deze stad die altijd bijzonder zou blijven, maar nooit meer zo speciaal als vroeger. ‘Das war einmal,’ fluisterde ze en lachte om het clichée. Maar het was waar. Het enige sprookje waar ze werkelijk in geloofd had, bleek uiteindelijk niets meer te zijn dan dat. Een sprookje.

Oceaanblauw (PD)


Een jaar geleden leek de sleur waarin Ilona tot dan leefde voorgoed voorbij. Ze had een pact gesloten met Olivier. De beknelling van haar dagelijkse wederwaardigheden zou plaats maken voor een ravissant bestaan ver weg. Lees meer over dit bericht

Oudjaarsavond 2004 (LL)


De lamp op de gang is nog aan. Er komt een streep licht onder mijn deur vandaan, net als vroeger. Ik was toen ook al een slechte slaper. Buiten is er een feestje aan de gang, gedachten aan een beter leven schieten door mijn hoofd.

Oudjaarsavond 2004. Wat onwennig zaten we naast elkaar in de bus, kijkend naar wat voor ons lag. Verleden achter ons latend in de vorm van uitgestrekte weilanden en dorpjes op de helling, met huizen klein als de roosjes op mijn jurk. We aten kleffe pizza’s in het Turkse restaurantje op de hoek en rookten er Davidoff, omdat het immers een feestelijke avond was. Hadjar rookte niet. Haar moeder kende het oude vrouwtje die de baas was in de pizzeria Lees meer over dit bericht

Mooiste trui (LL)


Op de dag in kwestie, trok ik mijn mooiste trui aan. Ik wist zeker dat ik in ieder geval in gedachte met trompetgeschal ontvangen zou worden. Er was geen reden mij beschaamd of preuts voor te doen. De man die ik zou ontmoeten was een enorme lulhannes net als ik, maar ik had nog een zekere vorm van charme, terwijl zijn beste glimlach nogal labiel overkwam. De buurman reed op zijn grasmaaier, toen ik met mijn jas halfopen langs zijn voortuin liep. Hij stopte de motor en stak zijn hand op, duidelijk in de hoop een gesprekje met mij aan te knopen. Ik stak mijn hand eveneens op, maar zei dat ik haast had. Hij keek verbaasd, ik had immers nooit haast. Teleurgesteld liet ik hem achter. Lees meer over dit bericht

Jedwabne (PD)


‘Edelachtbare, ik zweer het u nogmaals. Ik heb de trekker nooit overgehaald. Nóóit, begrijpt u? En trouwens dat geweer waar u het steeds over heeft, is een erfstuk van mijn overgrootvader. Het verroeste ding doet het al jaren niet meer.’ Ivan Vlirimov keek omhoog en sprak behoedzaam richting de rechter, die vanaf een verhoging neerkeek op het beklaagdenbankje. Lees meer over dit bericht

Noord (PD)


Als je hier nog geen woord met iemand hebt gesproken, zijn het de huizen die verraden dat de hoop op een vlot en amusant gesprek met een noordeling tevergeefs zal zijn. De smalle, gesloten huizen, die loodrecht op de wegrichting staan, belichamen hun individuele en stugge karakter. Lees meer over dit bericht

Nacht (LL)


Korte grote roes van regen. Dikke druppels op de paraplu, onophoudelijk zingen dat hem wakker houdt, zo slapeloos, zo heerlijk machteloos. Door de stad. Aan weerszijden van de straten de mensen, de levens die elkaar zachtjes aanraken, met de toppen van vingers, de ruggen van handen, aaitjes van ogen die in een klein onbewaakt ogenblik elkaar ontmoeten en weer loslaten. Lees meer over dit bericht

Vlirimov (PD)


Toen Vlirimov zijn motelkamer binnenging, liep hij tegen een muur van muffigheid op, vermengd met een verstikkende tabakslucht. De overmatig zwetende receptionist had hem achterdochtig aangekeken toen hij net bij het inchecken vroeg om een niet-rokers kamer. Die zijn er niet, had de man hem kortaf meegedeeld waarbij een misselijkmakende stank van oude koffie en knoflook uit zijn mond was meegekomen. Lees meer over dit bericht

Ellesmere Island – 3 (MW)


Geachte mevrouw Babtillard,

Ongetwijfeld heeft u het nieuws over de verdwijning van uw zoon reeds vernomen. Zelfs in deze onherbergzame streken reist nieuws snel. Vaak sneller dan wij zelf. Het doet me verdriet u te moeten melden dat ook tot op heden wij geen spoor van Bruno hebben kunnen vinden. Lees meer over dit bericht

Ellesmere Island – 2 (MW)


De zon was nog niet op, maar Baptillard had de voorraad al geteld. Ik hoefde niet te kijken om te weten dat het te weinig was. Te weinig om verder te gaan en misschien net genoeg om terug te komen. Als het mooi weer bleef. En dat was niet waarschijnlijk. Op het moment dat Baptillard ons mondvoorraad terug aan het inpakken was, joeg de sneeuw langs de ruiten. Ik zat op een matras en rookte. Aan sigaretten geen gebrek gelukkig. In de kast hadden we een slof Key West gevonden. Toen Baptillard klaar was met inpakken ging hij naast me op het matras zitten. Ook hij stak een sigaret op. We zwegen. Lees meer over dit bericht

Ellesmere Island (MW)


Baptillard kwam de hut van de handelspost binnen en ik vreesde wat hij ging zeggen.Het was nog donker toen ik mijn slaapzak uitkroop. Ik was gewekt door honger en de geur van tabak. Baptillard zat in de hoek van de tent de tassen in te pakken. Een verfrommelde peuk hing aan zijn onderlip. ‘Goedemorgen,’ zei ik. Baptillard zei niets terug, maar gooide een sigaret op mijn slaapzak. ‘Hoe laat is het,” vroeg ik toen ik de peuk opstak. Geen beter ontbijt dan een sigaret bij vrieskou. Lees meer over dit bericht

Brief 2 (LL)


Geacht gezicht zonder naam,

Naar aanleiding van uw brief, zal ik geen verdere moeite doen mij voor te stellen. Wie mij leest heeft meer kennis over mijn persoon dan welke conversatie met mij ooit op zou kunnen brengen. Ook u laat mij middels woord een aardig stuk binnenwereld zien. Toch valt het mij zwaar u niet als zodanig aan te kunnen schrijven. Ik weet niets van u, behalve dat u, als u daadwerkelijk 11 was toen u mijn boek ontving, nu ongeveer 27 moet zijn. U bent van Russische afkomst en in het bezit van welgevormde lippen. Ook schrijft u romans, die blijkbaar bestand zijn tegen Siberische winters. Lees meer over dit bericht

Brief 1 (LL)


Geachte heer Käller,

Voorstellen acht ik niet nodig. Namen zonder gezichten zijn triviale zaken die zich op deze aarde rond bewegen zonder dat je afweet van hun bestaan. Ik hoop dan ook dat deze brief niet eindigt op de stapel brieven afkomstig van die namen zonder gezichten. Al helemaal zou ik het pijnlijk vinden als het op de stapel ‘fanpost’ zou eindigen. Mocht u op deze aanname met bescheidenheid reageren, wat mij niet waarschijnlijk lijkt, dan zal ik die bescheidenheid onbeantwoord laten, al ben ik ervan overtuigd dat u een stapel fanpost heeft; er zijn Lees meer over dit bericht

Lima (MW)


Spijt heb ik niet. Ik weet niet wat dat is. Ik weet dat ik honger had. Ik zocht naar geld, maar dat was er niet. Met honger ben ik uit gegaan. Het was erg warm. Bij een kleine kraam drukte ik een flesje bronwater achterover. De verkoopster had het door, maar durfde niet achter me aan te rennen, uit angst dat meer mensen haar achtergelaten kraam zouden plunderen. Ik verdween om een hoek en kon tenminste drinken. Maar honger had ik nog steeds. Lees meer over dit bericht

Nachtspel (PD)


De wereld en ik hebben elkaar verzonnen. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt hoe ik tegen het leven in het algemeen en die van mij in het bijzonder aan kijk. Sterker nog, iedereen mag zeggen dat ze in hun eigen bedachte leven rond dwalen. Dan nog zijn ze figuranten in mijn wereld. Zo egoïstisch ben ik wel. Maar wacht. Voor ik verder ga, wil ik iets bekennen en alles wat ik hiervoor heb gezegd in het verleden plaatsen. Lees meer over dit bericht

De blindganger (PD)


Was het door het vele turen gekomen, dan moest de pijn in Kamiels ogen al lang verdwenen zijn. Hij had zijn twee kijkers nu al tijden ontzien. Nee, hier was iets fundamenteels aan de hand, dat in niets vergeleken kon worden met zoiets banaals als overmatig en geconcentreerd staren – beroepsmatig of anderszins. Kamiel kon niet anders concluderen dan dat zijn paar ogen de versleten voetveeg van zijn binnenste waren geworden.
Lees meer over dit bericht

Bij de rivier (uit de serie Maria) (MW)


Ik en Maria zijn samen bij de rivier. We praten wat en lachen om elkaar. Dan horen we stemmen achter ons. Ik schrik. Het is vader met zijn vrienden. Ze zouden gaan jagen in het bos, maar zijn blijkbaar de andere kant opgegaan. Ze mogen ons niet zien. Haastig gris ik mijn spullen bij elkaar en sommeer Maria mee te komen. ‘Waarom,’ vraagt ze me. ‘Vader mag ons niet samen zien,’ antwoord ik. Maria haalt haar schouders op. ‘Ik ben je toch gewoon aan het helpen met je huiswerk?’ Ik frons mijn wenkbrauwen: ‘Maria! Het idee alleen al kan me een week huisarrest kosten. Je weet dat ik niet …’. Maria onderbreekt me: ‘Ja, jij niet met mij. Maar ik wel met jou. Ik blijf hier.’ Lees meer over dit bericht

De bluf van Bergonzi (PD)


Het zwart leren ooglapje had een magische aantrekkingskracht op Thomas. Het had iets afstotends, maar hij kon het niet laten er telkens naar te kijken. Even deed het hem denken aan zijn eigen stinkende zweetvoeten, waar hij altijd vol afschuw aan rook, maar hij het niet kon laten er nog een paar keer aan te ruiken. Dat stiekeme genot was bij dit ooglapje misplaatst, hield Thomas zichzelf een paar keer voor om vervolgens dwangmatig naar het goede rechteroog van de man te kijken. Toch was hij blij dat hij de onbekende op wiens linkeroog het donkere lapje rustte, was tegenkomen. Lees meer over dit bericht

Relaas van een Medusa (LL)


Haar droevige oogopslag trof hem. Verblind was hij door de wereld die zich diep in haar innerlijk verborg, maar haast tastbaar was in haar kijken. Ze keek zonder einde. Hij besloot haar magie te kopen met alle gevolgen van dien: hij zou nooit meer slapen. Zij zou hem wakker houden met haar onophoudelijk zingen.

In de straten van een vreemde stad dwaalde hem en haar en ons. Korte Lees meer over dit bericht

Vorst (uit de serie Maria) (MW)


Moeder zat onderuitgezakt op de sofa. Ze keek naar de televisie. Haar hand was onder de band van haar rok geschoven, zoals ze vaker deed als ze zich verveelde. Wij zaten aan tafel. Ik was halverwege een legpuzzel. Het rode treinstel en de magnoliastruik lagen er al. Ik werkte aan het onduidelijke gras onderaan en de lichtblauwe lucht boven het chalet. Vader zat naast mij. Zijn pijp walmde, maar niet onaangenaam. Hij las de avondkrant en streek met zijn vrije hand zachtjes door zijn baard. Er werd niet gesproken, zodat ik het ruisen van de populieren goed kon horen. Ook het slaan van de kerkklokken in het dal ontging me niet. Het was vier uur. Lees meer over dit bericht

Het tragische besluit van Thomas (PD)


De stilte in Thomas’ huis was anders. Als een dreigende onrust had het sluipend bezit genomen van de door hem ooit zo gekoesterde leefruimte. Het deed de geluiden die in dezelfde ruimte als de stilte hun eigen recht van bestaan hadden in opstand komen, alsof ze doordrongen waren van de verbroken status quo. Maar in plaats van te verstommen, kozen ze in hun gevecht voor een gepijnigd opdringen aan Thomas. Lees meer over dit bericht

In het binnengasthuis (MW)


De vrouw had geen haar en ademde pruttelend. Haar hoofd lag naar het raam gedraaid. Ik liep de kamer binnen en keek naar haar. Ze keek niet naar mij, maar naar buiten. Ik keek ook naar buiten. In de verte kon ik een rijtje bomen zien. Er waren nog vijf andere bedden. Ze waren leeg. Ik vroeg me af waar de andere mensen waren. ‘Dag mevrouw,’ zei ik. Ze zei niets terug. Een slang liep van haar neus naar een apparaat dat scheef hing in een soort kapstok op wieltjes. Blauwe lampjes knipperden traag aan en uit. Onder het apparaat hing een zak met vloeistof erin. Ik liep de kamer weer uit. Verderop in de gang was een hokje. Er kwam geel licht uit. Een meisje in een wit jurkje zat aan een bureau en keek naar een televisie. Ze merkte me niet op. ‘Hallo,’ zei ik. Ze keek naar me, maar zei niets terug. ‘Er ligt daar een mevrouw,’ zei ik, ‘ze pruttelt.’ ‘Daar heeft u niets mee te maken,’ antwoordde ze en draaide weer terug naar het beeldscherm. Lees meer over dit bericht

Petrichor, of het verhaal van Frank Treuren (MW)


De havo was gevestigd in een hoog gebouw van bruine baksteen. Op de eerste verdieping was het Aardrijkskundelokaal. Elke les weer verloor Frank Treuren zich in de grote wandkaarten. Ruhrgebied, Peelhorst, Formatie van Tegelen. Op de woensdagmiddagen was er tekenles gelijk na de Aardrijkskunde. Alleen op deze dag zorgde Frank ervoor als eerste bij de deur te zijn na het klinken van de bel. Bij het aflopen van de brede trappen naar het tekenlokaal ontmoette hij haar dan. Claudia Verburg. Zijn voeten raakten de treden niet meer wanneer zij langs liep. Op sommige dagen sloot Frank zijn ogen als ze passeerde. Hij kon haar ruiken. Claudia’s geur kwam, zonder dat zij daar erg in had, in hem. Via zijn neusgaten nam hij bezit van haar. Veel onuitwisbaarder dan kijken was dit ruiken. Een blik was vluchtig, maar geur was stoffelijk. Zodat ze op een goede dag samen zouden zijn. De wandkaarten en de geur van Claudia Verburg werden de iconen uit het tweede jaar op de havo van Frank Treuren. Lees meer over dit bericht

%d bloggers liken dit: