Dicky de Picky (MW)


We hebben ons met z’n allen gewoon een beetje in Dicky vergist, denk ik.

Dicky vierde voor het eerst dat wij hem kenden zijn verjaardag. Bij hem thuis. Daar waren we nog nooit geweest. Hij had het adres moeten opschrijven voor ons, want het lag ook een behoorlijk eind uit de richting. Maar goed. We hadden er wel zin in. Met het hele elftal hadden we een cadeau gekocht. Aan het begin van de avond zaten we nog een beetje in te drinken bij Arie thuis. Het zou ongetwijfeld gigantisch druk zijn op dat feestje, dus wilden we wel een beetje een voorsprong hebben. 

Tegen tienen stonden we voor zijn deur. Ik belde aan en de zoemer ging direct. Schreeuwend gingen we de trap op. Bovenaan stond Dicky. Hij lachte helemaal niet.
“Ik begon me ongerust te maken,” zei hij ernstig.
“Wij ook,” antwoordde Arie lachend, “ons bier was op.” We sloegen hem op zijn rug en stormden naar binnen. Het viel direct op dat het doodstil was. Er was nog helemaal niemand.
“Zijn wij de eerste,” vroeg ik naïef.
“Nee,” zei Dicky droog, “jullie zijn de enigen. Ik heb verder niemand uitgenodigd.” Hij pulkte aan zijn trui. “Ik had toch op de uitnodiging gezet dat het om half negen begon?”
“Wat, hè?” het was me even onduidelijk waar hij het over had. “Ja natuurlijk,” zei ik, “geeft niks joh.” De rest was doorgelopen naar de keuken om op zoek te gaan naar het bier.
“Ja, wacht nog maar even, jongens,” riep Dicky de keuken in, “ik wil jullie vragen om eerst even naar de woonkamer te komen.” We keken elkaar aan met een blik van what-the-fuck, maar goed. Als Dicky het zei, zou het wel okee zijn.

In de kamer klonk zacht muziek en er brandden wat kaarsjes. Dicky ging zitten op zijn grote leren bank. Hij wees naar de stoelen. Wij gingen ook zitten. Niemand zei wat, zodat we de muziek heel duidelijk konden horen. Het was “Holding back the years” van Simply Red. Wat een ontiegelijk oud, en vooral lullig, nummer. Ik keek naar Dicky. Was dit onze Dicky de Picky? Wat voerde hij in zijn schild?

“Jongens,” begon hij zacht, “ik moet wat vertellen.”
We gingen ongemakkelijk achterover zitten.
Dicky schraapte zijn keel. “Ik vind het moeilijk om te zeggen, maar…”
Het lag op het puntje van mijn tong om een grap te maken.
“…ik ga trouwen.”

We brulden het uit en sprongen op om Dicky te feliciteren en liepen al weer naar de keuken om bier te halen. Dicky riep ons opnieuw terug. “Wat ik bedoel, is dat ik dan ook moet stoppen met voetballen.”
Nu werd het opnieuw stil. “Stoppen,” vroeg ik, “waarom? Daar heeft trouwen toch niets mee te maken?”
Dicky zat zenuwachtig met zijn voeten te draaien. “Het mag niet van Annemijn,” zei hij verlegen, “ze zegt dat het niet goed is om op zondag te voetballen.” Hij schraapte zijn keel en vermeed onze blikken. “Het spijt me jongens, dat ik … ik had het veel eerder moeten vertellen.”

Het zag er heel lelijk uit.

“Nou,” ging Dicky verder, “ik moet het ook maar gewoon allemaal zeggen. Annemijn vindt dat ik niet kan op zondag, omdat ik dan meega naar de kerk. En dat het zondig is om je op zondag zo te laten gaan. En met al die drank en zo.” We waren ronduit verbijsterd. En het was geen grap. Dicky zat er bij als een oud wijf.

Ik keek Dicky strak aan. “Dicky,” zei ik streng, “wat is dit voor gelul over de kerk opeens. We voetballen al jaren op zondag.”
Dicky knikte en keek me met waterige ogen aan. “Ja, maar met Annemijn is dat nu anders,” zei hij zacht.
Nu realiseerde ik me pas dat ik niet eens wist wie die Annemijn was. Dicky had het nooit over vriendinnen gehad. En op de voetbalfeesten wekte hij nou niet bepaald de indruk dat er thuis iemand op hem zat te wachten.
Alsof Dicky mijn gedachten raadde, voegde hij er haastig aan toe dat Annemijn ons vanavond had willen ontmoeten, maar dat ze boos was geworden toen we niet kwamen. “Zijn dat nou je vrienden,” had ze gezegd, “dat ze niet eens op je verjaardag komen?”

We wisten van gekkigheid niet meer wat we met de situatie aan moesten. Uiteindelijk konden we nog wat te drinken krijgen van Dicky, maar hij had alleen een soort kabouterbier van 2 procent in de koelkast. En dan nog maar een half krat ook. Voor twaalf uur stonden we weer op straat.

We zwegen, maar dachten allemaal hetzelfde. We pakten onze fietsen en terwijl we naar de kroeg reden keek ik naar de etage van Dicky. Het licht was al uit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: