Het troniekabinet (PD)


Isolde moest honderden gezichten hebben gezien in de uren dat ze had gewacht op het station. Maar het mannengezicht dat ze zocht, zat er niet bij. Een keer dacht ze er op een afstand een glimp van op te vangen. Maar de opluchting verdween als sneeuw voor de zon toen het een volkomen onbekende bleek te zijn die naderde. Ze verbaasde zich over haar inschattingsfout, want van heel dichtbij leek het niet eens. Natuurlijk, ze had de man die hoorde bij het gezicht waar ze naar uitkeek makkelijk kunnen missen in deze krioelende mensenmassa. Maar ze had goed opgelet, daar was ze van overtuigd.
Ze was er ten slotte vrij zeker van dat hij op het laatste moment koudwatervrees moest hebben gekregen. Misschien was hij nooit met de trein vertrokken of was hij blijven zitten, verder naar een volgend station. Hoe anders kon ze verklaren dat ze er voor niets had staan wachten. Er waren geen vertragingen aangekondigd en de plek waar ze hem zou opwachten hadden ze duidelijk afgesproken. Bovenaan de trap van perron drie, links naast de kiosk. Maak je niet druk, ik vind je wel, had hij geschreven in zijn brief. Hij kende het station goed.
Na uren wachten was Isolde naar huis gegaan en had zich afgesloten van de buitenwereld. Ze hoefde voorlopig niets van hem te weten. Twijfelde of ze het verkeerd had aangepakt, hun overhaaste besluit om elkaar weer te ontmoeten. Was dan weer boos op hem. Hoe kon hij haar zo laten staan. Het enige excuus dat telde was als hij door een noodlottig ongeluk niet in staat was om af te reizen naar het station. Dan nog, dacht ze. Wanneer zou ze dat te horen krijgen, sterker wie zou er aan denken om haar dat mee te delen.
’s Nachts was haar zoektocht opnieuw gestart. In een droom zag ze alleen maar gezichten die haar passeerden. Sommigen zweefden akelig dicht langs haar. Allen uitdrukkingsloos, zonder romp, zonder ledematen. Ze schrok wakker. Waren het de gezichten die ze die dag op het station had gezien of was het een allegaartje van mensen die ze ooit had gezien, nog moest zien of nooit zou zien. Dat laatste moest het wel zijn, want van sommige tronies in haar droom zouden de honden geen brood lusten. Er was tot slot één vreemd gezicht langsgekomen dat hard had gelachen. Het deed haar rechtop zittend in bed wakker worden. Die nacht sliep ze verder met de lichten aan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: