1989 (MW)


Er zit modder op mijn broek maar ik heb geen zin er op te letten. We fietsen al zo lang. Mijn nek verbrandt  er zit iets tussen mijn tanden. Daar bij de dijk zegt ze daar daar daar. Lachen en ervan door fietsen. Het zijn die blauwe bloemen die ik moet plukken niet vergeten. De blauwe vond ze mooi. Daar bij de dijk ligt ze al remmen de fiets in het gras gooien. Groene trui kan uit. Was ooit van iemand anders lag op een stapel met koninginnedag in het vondelpark. Gewoon meegenomen. Per ongeluk gaan dragen. Zal hem eens weggooien maar nu niet. Ga naast haar liggen grassprieten tussen mijn vingers roetsj roestj kleine zaadboeketjes tussen mijn handen. Laat ze los en ze dwarrelen blijven haken in de groene wol. Er zit een gat in de trui kan mijn vinger er helemaal doorheen steken. Dromer giegelt ze en trekt me bij haar. Kijk daar en ze wijst naar boven. Dat zijn ganzen denk ik zeg ik. Denk je lacht ze geef me maar een zoen en we kussen weer de hele middag ik wil niet weg ik wil hier blijven laat mij nooit meer thuiskomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: