Natte sneeuw (MW)


Haastig stak ik de krant onder mijn arm, ondertussen het dekseltje op de gloeiend hete koffie wurmend. Het was laat. Ik nam de trap met twee treden tegelijk. Het perron was leeg, de trein stond nog klaar. Ik probeerde te rennen, maar moest opletten met die koffie. En het was guur koud. En glad, met die natte sneeuw. Ik had hem dan ook niet zien staan, maar stootte hem wel aan. En hard ook blijkbaar, want hij kukelde zo van het perron af. En de koffie vloog alsnog over mijn hand, godgloeiende. Ik gooide het bekertje weg en zag hem liggen op de rails. Morsige oude man met een regenjas. Donkerbeige stropdas met herfstbladmotief. ‘Mon dieu, mon dieu,’ schreeuwde hij. Kut, dacht ik, nog een tourist ook. De man probeerde zich om te draaien, maar hij kon niet op zijn benen staan. Hij zag er beroerd uit. Waterige, fletse ogen. Grauwe wangen en een geelgrijze huid. Een borstelige snor boven zijn vlezige lippen. Geen mooi portret.
‘Kunt u staan?’ schreeuwde ik terug, maar toen bedacht ik me dat de man natuurlijk geen Nederlands kon verstaan.
‘Canné vous staanee?’, probeerde ik. Zinloze poging. Hij zou me überhaupt niet verstaan, want hij bleef maar blèren ‘mon dieu, mon dieu.’ Plus dat de trein ondertussen ook op gang was gekomen. Dit gaat helemaal niet goed, dacht ik. Ik zwaaide naar de machinist, maar vroeg me af of hij me wel kon zien door het vieze raampje. Of wilde zien. Ik stond als een debiel te zwaaien en te springen, maar de trein meerderde alleen maar vaart. Einde verhaal, dacht ik, toen de trein plotsklaps tot stilstand kwam. Harde knallen van de wagons die tegen elkaar botsten. De oude man onder op het spoor had het allemaal niet in de gaten. Die lag nog steeds te schreeuwen. Ik wist het ook even niet meer. Toen openden de deuren van het voorste treinstel zich. Een norsige conducteur kwam naar buiten met twee ontdane vrouwen van middelbare leeftijd. Aan de ophef te horen, hadden ze per ongeluk aan de noodrem getrokken. Ze waren in de verkeerde trein gestapt, huilden ze. En in paniek geraakt. De conducteur liep stoïcijns het perron af met de twee verongelijkte dames. Ondertussen had onze Fransman zich eindelijk op zijn benen weten te hijsen. Hij stond onhandig te proberen om tegen het perron op te klimmen. Het is nog een behoorlijke diepte, realiseerde ik me. ‘Un peu verderop is un petit trappetje,’ schreeuwde ik hem toe en wees naar het einde van het perron. De man keek en knikte me toe. Onvast liep hij op het trappetje af en wist zich in veiligheid te brengen. Ik besloot het er verder bij te laten en maakte van de situatie gebruik door alsnog in de noodgestopte trein te stappen. Waar ik vooral de pest in had, was dat ik het hele pokkeneind zonder koffie moest zien door te komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: