Atatürk (PD)


“Je hebt wat gedaan?” Tuygun keek Kemal aan met een mengeling van verbazing en een schaterlach die op doorbreken stond.
“Ben je doof? Dat heb ik je toch net verteld. Trouwens, wist ik veel,” antwoordde Kemal, terwijl hij voelt of de wattenpropjes nog goed op hun plek zitten in zijn neusgaten.

“Volgens mij ben jij ergens onderweg je neus voor goede kansen kwijtgeraakt. Wat dacht je toen je daar ging staan. Dat ze jou je gang lieten gaan?”
“Ach sodemieter toch op. Ik probeer het wel ergens anders.” Kemal schoof zijn stoel driftig achteruit, dook naar voren en begon te graaien in een grote plastic tas die voor hem stond. Tuygun gunde hem de aftocht nog niet.
“Waar wil je het proberen dan? Bij Checkpoint Charlie zeker. Die lui horen allemaal bij elkaar. Daar kom je niet tussen. Wat een kutsysteem. Ik zweer het je. Als je daar gaat staan, krijg je net zo goed klappen. Die bloedneus is nog maar een aai over je bol. Straks pakken ze je echt goed. Wat zit je nou te zoeken in die tas?”
Kemal keek op van zijn gerommel. “Mijn pet. Die hufters hebben mijn pet gepikt. 
En moet je dit zien,” zegt hij jammerend, terwijl hij naar een scheur in zijn uniformjasje wijst.
“Wat is dat trouwens voor uniform. Het ziet er niet uit. Wat dacht je. Ik ga verkleed als de grote leider Atatürk toeristen geld aftroggelen bij de Brandenburger Tor? Had je daar die pet voor nodig?” Tuygun moest lachen om zijn eigen grap, maar Kemal keek hem strak aan.
“Ben je scheel of zo. Dit is nagemaakt van foto’s. Zo liepen die Oost-Duitsers er vroeger ook bij.”
“Tuurlijk, droom verder. Je lijkt in de verste verte niet op een Oost-Duitser,” zei Tuygun uitdagend. Hij draaide zich om en keek naar een man die alleen aan een tafeltje een krant zat te lezen. “Hé, Ergümen.” De man reageerde niet. Tuygun deed met een knippende vinger een nieuwe poging. “Hé, ouwe, luister eens.”
De man keek langzaam op, verrast dat hij plotseling in een gesprek werd betrokken. 
“Vind jij dat Kemal op zo’n Oost-Duitse grensbewaker lijkt? Zo’n Vopo of hoe die gasten ook heten?”
De man inspecteerde Kemal en wreef even over zijn verzorgde snor, voordat hij zijn oordeel velde. “Niet echt, maar hij lijkt zo wel wat op Michael Jackson. Is het voor een feest?”
“Ja Kemal, vertel Ergümen eens over je avontuur,” zei Tuygun. Hij vouwde zijn armen en leunde genoegzaam achterover, plichtmatig gniffelend, zoals mensen kunnen gniffelen als ze een verhaal al een keer eerder hebben gehoord.
Kemal zweeg en pulkte de twee bloeddoorlopen wattenpropjes uit zijn neusgaten. Hij smeet de propjes driftig op tafel. Een ervan belandde in het theeglas van Tuygun.
“Weet je wat het met jou is Tuygun. Jij bent een bang ventje met een grote bek. Ik probeer er tenminste nog wat van te maken, maar jij zit hier maar in dit hok. Morgen zou ik precies hetzelfde doen als vandaag. Met dit uniform. Al sta ik in het Görlitzer Park te bedelen.”
“Insha’Allah,” sprak de man met de krant en hij boog zich weer voorover om verder te lezen. Tuygun gniffelde niet meer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: