Ellesmere Island – 2 (MW)


De zon was nog niet op, maar Baptillard had de voorraad al geteld. Ik hoefde niet te kijken om te weten dat het te weinig was. Te weinig om verder te gaan en misschien net genoeg om terug te komen. Als het mooi weer bleef. En dat was niet waarschijnlijk. Op het moment dat Baptillard ons mondvoorraad terug aan het inpakken was, joeg de sneeuw langs de ruiten. Ik zat op een matras en rookte. Aan sigaretten geen gebrek gelukkig. In de kast hadden we een slof Key West gevonden. Toen Baptillard klaar was met inpakken ging hij naast me op het matras zitten. Ook hij stak een sigaret op. We zwegen.

‘Er is nog een derde mogelijkheid,’ zei Baptillard. Zijn lichtblauwe ogen glansden. Ik kon het interieur van onze hut erin weerspiegeld zien. ‘Welke mogelijkheid,’ vroeg ik. Ik had geen idee waar hij naar toe wilde. Het afgelopen uur had ik veel gepiekerd en een half pakje sigaretten opgerookt, maar dichter bij een oplossing was ik niet gekomen. ‘We kunnen hier blijven en hopen dat Laroche en Arnold weer terug komen.’ Het idee sloeg me met stomheid. Waarom zouden we in godsnaam terugkomen. Hun honden waren dood, ze hadden al het eten meegenomen. Alles wees erop dat ze in een wanhoopspoging vooruit waren getrokken naar de volgende handelspost. Een hopeloze onderneming. En als ze al terug zouden komen, bedacht ik me, waren ze er nog slechter aan toe dan wij. Zonder eten, zonder honden en uitgeput van de voettocht die hun nergens naar had geleid. Dan wisten we zeker dat onze situatie uitzichtloos was. Ik vertelde dit aan Baptillard en deelde hem mee waar ik al piekerend op uit was gekomen: ‘we moeten proberen terug te gaan.’ Baptillard schudde zijn hoofd. ‘Nee,’ zei hij, ‘we wachten.’

Ik lag op mijn rug op het matras, mijn handen onder mijn hoofd. Baptillard stond bij het raam en keek naar buiten. Ik vond dat hij er slecht uit zag. De afgelopen nachten had hij weinig geslapen. Ik had hem tenminste elke keer als ik ’s nachts wakker schoot uit een onrustige droom bij het raam zien staan. Soms rokend. Hij had ongeschoren wangen en een nerveuze blik in zijn ogen. Ik ging rechtop zitten. ‘Wanneer was jouw eerste tocht eigenlijk?’ vroeg ik. Baptillard keek om. Hij beet op zijn nagel. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg hij. Ik herhaalde mijn vraag. Ik bedacht me hoe Arnold afgelopen zomer had voorgesteld om Baptillard bij de expeditie te betrekken vanwege zijn ervaring. ‘Doet dat er toe?’ vroeg Baptillard. Ik werd kwaad. ‘Ja, dat doet er toe,’ antwoordde ik bits. Hij kon toch wel gewoon antwoord geven op mijn vraag. Als we dan toch opgesloten bleven in deze godvergeten hut, konden we op zijn minst een praatje maken om de tijd te doden. Baptillard draaide zich weer om naar het raam. Hij pakte een sigaret uit zijn jaszak en stak hem op. ‘Wil je dat echt weten,’ zei hij met een wolk rook. Ja, ik wilde het weten. ‘Nu,’ zei Baptillard. Ik realiseerde me dat ik het al die tijd al geweten had. Baptillard was nog nooit op Ellesmere Island geweest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: