Bij de rivier (uit de serie Maria) (MW)


Ik en Maria zijn samen bij de rivier. We praten wat en lachen om elkaar. Dan horen we stemmen achter ons. Ik schrik. Het is vader met zijn vrienden. Ze zouden gaan jagen in het bos, maar zijn blijkbaar de andere kant opgegaan. Ze mogen ons niet zien. Haastig gris ik mijn spullen bij elkaar en sommeer Maria mee te komen. ‘Waarom,’ vraagt ze me. ‘Vader mag ons niet samen zien,’ antwoord ik. Maria haalt haar schouders op. ‘Ik ben je toch gewoon aan het helpen met je huiswerk?’ Ik frons mijn wenkbrauwen: ‘Maria! Het idee alleen al kan me een week huisarrest kosten. Je weet dat ik niet …’. Maria onderbreekt me: ‘Ja, jij niet met mij. Maar ik wel met jou. Ik blijf hier.’ Angstig kijk ik om me heen. Ik weet niet waar ik heen moet. Ik hoor de stemmen dichterbij komen. Dan besluit ik in een flits de enige weg te kiezen die voor me open ligt. Ik spring in de rivier. Maria vliegt op en slaat haar handen voor haar mond. Ik kruip naar de zanderige inham onder het overhangende helmkruid. Hier is het struikgewas zo dicht, dat ik vanaf de kant niet te zien ben. Ik zie Maria om zich heen kijken. Dan gaat ze snel weer zitten en pakt haar wiskundeboek uit haar tas. Ze heeft de eerste bladzijde nog niet opengeslagen, of er komt een man achter de wilgen vandaan. Het is niet vader. De kleine man heeft een opvallende grote snor die aan beide kanten van zijn glimmende gezicht ophoog krult. Hij heeft rode wangen en draagt een zwart pak. Maria wisselt een paar woorden met de man. De man lacht en krabt zich achter zijn oren. Maria lacht ook. Ze steekt haar hand in haar tas en haalt er iets uit. Ze geeft het snel aan de man die het voorwerp in zijn kostuumzak steekt. Hij lacht nog een keer en tikt aan zijn pet. Dat verdwijnt de man weer achter de wilgen. Maria slaat haar wiskundeboek weer open. Ze glimlacht. Ik durf me nog niet te bewegen. Nu merk ik pas hoe koud ik het heb. Ik ril. Dan komt Maria overeind en steekt het boek in haar tas. Ze klopt de pluisjes van haar rok en strekt zich uit. Dan loopt ze langzaam mijn kant op en schuift de halmen van het helmkruid opzij. De rode bloemen biggelen als klokjes. Ik zie haar hoofd boven me verschijnen. ‘Kom maar tevoorschijn, de kust is veilig.’ Ik kruip uit mijn schuilplaats en plens als een natte hond aan de kant. Snel trek ik mijn natte kleren uit. ‘Kom maar snel hier, jongen.’ Maria trekt me naar haar toe. Ze pakt een handdoek uit haar tas en begint me droog te wrijven. Ik sta stil, maar voel mijn piemel zwellen. Maria ziet het niet, of doet alsof ze het niet ziet. ‘Ik zou die natte onderbroek ook maar even uitdoen, anders krijg je nog knap lastig zometeen.’ Zonder aarzelen greep ze de natte stof en trok de onderbroek van mijn heupen. Mijn stijve zwiept omhoog en kletst met een harde pets tegen mijn buik. ‘Ah, die is ook kleddernat,’ lacht Maria. Ze pakt de handdoek en klemt hem met beide handen eromheen. Langzaam begint ze te wrijven. Ik durf niet meer te ademen en sta met mijn buik ingetrokken en kijk hoe Maria de handdoek met lange halen langs mijn piemel trekt. Het voelt alsof ze hem in brand steekt. Ik durf niet te bewegen. Een warme kramp verspreidt zich door mijn buik. Plots stopt Maria met wrijven en stapt op. ‘Genoeg. We gaan.’ Ze pakt haar spullen en loopt tussen de wilgen door naar het pad. Halfnat blijf ik bij de rivier achter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: