In het binnengasthuis (MW)


De vrouw had geen haar en ademde pruttelend. Haar hoofd lag naar het raam gedraaid. Ik liep de kamer binnen en keek naar haar. Ze keek niet naar mij, maar naar buiten. Ik keek ook naar buiten. In de verte kon ik een rijtje bomen zien. Er waren nog vijf andere bedden. Ze waren leeg. Ik vroeg me af waar de andere mensen waren. ‘Dag mevrouw,’ zei ik. Ze zei niets terug. Een slang liep van haar neus naar een apparaat dat scheef hing in een soort kapstok op wieltjes. Blauwe lampjes knipperden traag aan en uit. Onder het apparaat hing een zak met vloeistof erin. Ik liep de kamer weer uit. Verderop in de gang was een hokje. Er kwam geel licht uit. Een meisje in een wit jurkje zat aan een bureau en keek naar een televisie. Ze merkte me niet op. ‘Hallo,’ zei ik. Ze keek naar me, maar zei niets terug. ‘Er ligt daar een mevrouw,’ zei ik, ‘ze pruttelt.’ ‘Daar heeft u niets mee te maken,’ antwoordde ze en draaide weer terug naar het beeldscherm.

Ik heb moeder nooit oud gekend. In mijn gedachten leeft alleen de slanke vrouw met het lange donkere haar. Ze danste. Lachte. Speelde met ons op glooiende hellingen tussen de voorjaarsbloemen. Ze zong veel. Liedjes die ik me niet meer herinner. Behalve het ene wijsje wat ik nog neurie als ik alleen, of eenzaam ben.

Ik wilde een sigaret roken. Buiten waaide het. Een jongen met een lange witte jas stond onder een dakje. Hij stak zijn hand op. Ik liep naar hem toe. ‘Hallo,’ zei ik en trok een pakje sigaretten uit mijn jas. Ik hield hem er een voor, maar hij zwaaide met zijn hand. ‘Nee, dank u, ik moet zo weer naar binnen.’ ‘Wat gaat u doen,’ vroeg ik. ‘Ik ga mensen wassen,’ zei hij. Ik vertelde hem dat we dan bijna hetzelfde werk deden. Hij lachte en vertelde me: ‘ik vind het daar leuk werken. Echt heel erg leuk, omdat bejaarden doof zijn. Het is erg makkelijk communiceren met hen. Dat is echt erg fijn!’ Hij lachte. Ik knikte. Hij gooide zijn sigaret in een metalen bakje aan de muur, zwaaide en ging naar binnen. Zijn jas flapperde om zijn benen. Ik knikte nog een keer.

De vrouw zonder haar lag in een ander bed. Haar eigen bed was onopgemaakt. Haar kapstok op wieltjes was met haar meegereden en stond nu bij het raam. Ik groette haar. Ze keek me aan en keek daarna naar buiten. Ik bleef een tijdje in de kamer en maakte de bedden op. Ik vertelde de vrouw over mijn moeder en de hellingen met voorjaarsbloemen. Ik neuriede voor haar. Ze bewoog zich niet, maar bleef naar de grijze bomen in de verte kijken. Achter de bomen reed een auto langs. Ik zei gedag en liep de kamer weer uit.

Omdat moeder het me vertelde, wist ik dat ik een vader had. Hij had haar negen kinderen gegeven. We woonden in een oud en klein huis tegen de voet van de berg. Buren hadden we niet. Er waren vier bedden in huis. Het grootste bed was voor de kleintjes. De andere drie bedden waren verdeeld onder de oudere kinderen en mijn moeder. Mijn oudste zus hielp de kleintjes met opstaan en in bad gaan. Mijn broer en ik haalden het eten en zorgden voor het huis. Moeder zei altijd dat wij de beste vader waren die zij zich kon wensen. Ze zei dat ze gelukkig was en daarom waren wij het ook.

Buiten waaide het. Er stond niemand onder het dakje. Ik bleef bij de deur staan en stak een sigaret in mijn mond. Ik hield mijn aansteker onder mijn jas tegen de wind. Halverwege mijn sigaret kwam er een kleine vrouw naar buiten. Ze had lichtblauwe kleren aan en droeg een gele jas. Ik groette haar. ‘Dag,’ zei ze. Ik vroeg haar wat ze deed. Ze vertelde me dat ze operaties deed. Het leek me dapper. Dat viel mee, vertelde ze me. Het was vooral dankbaar, ‘Wat je geeft, krijg je terug,’ zei ze me. Ik knikte daarop. Toen ze weg was, probeerde ik me voor te stellen wat je terugkrijgt van mensen die geopereerd worden. Ik ben nooit geopereerd. Ik nam me voor eraan te denken iets terug te geven mocht het zover komen.

Toen moeder ziek werd, wisten we niet wat we moesten doen. Het begon met de dagen dat we thuis kwamen en het eten niet op tafel stond. Dan lag ze in bed en bewoog niet. We schudden haar dan wakker. Ze kreunde. Spuwde in bed en stond toen op. Ongerust aten we koud eten op die avonden. Daarna ging het een paar dagen goed, totdat we haar weer in bed vonden. Het kwam steeds vaker voor, totdat moeder helemaal niet meer uit bed kwam. Ze huilde soms. Spuugde veel. We ruimden de zwarte korsten op en brachten haar water in een kom. Ze dronk niet veel. ‘s Avonds zaten we buiten en vroegen ons af wat we moesten doen zonder moeder. We wisten het niet. Op een dag kwam moeder helemaal niet meer uit bed. Het zou nog vier dagen duren voordat er iemand langskwam om haar mee te nemen. We bleven alleen achter en zetten de deur open om de stank uit het huis te drijven.

Tussen de middag kon ik even naar buiten voor een sigaret. Het was druk. Veel mensen met witte kleren aan. En een lange man met een grijs pak. Hij droeg een rode das. Dat zal de baas zijn, dacht ik. Ik vond hem sympathiek, omdat hij ook naar buiten moest om te roken. Achter mij stonden twee vrouwen. Ze babbelden met elkaar. Toen ik naar ze keek, lachten ze naar me. ‘Dag,’ zei een van de vrouwen. ‘Dag,’ antwoordde ik, ‘wat doet u hier?’ ‘Ik ben groepsleidster,’ zei de vrouw. Ik vroeg haar waarom ze dat deed. ‘Ik wilde werken met mensen,’ antwoordde ze. Ze lachte er hard bij. Ik lachte met haar mee, maar ik begreep niet waarom ze zo hard moest lachen. Ik vroeg niets meer.

In de kamer stonden veel mensen. Veel jonge, een enkele oudere. Ze stonden rond het bed. Het raam stond open. Ik liep naar binnen. De vrouw in bed zei alweer niets. Ze pruttelde ook niet meer. De mensen huilden. Hielden elkaars handen vast. ‘Ze zei niet veel de laatste tijd,’ vertelde ik. Een jongen draaide zich om. Hij was bang. De magere oudere man die zijn hand vasthield draaide zich ook om. ‘Wie bent u?’ vroeg hij me. Ik antwoordde hem wie ik was. Hij fronste zijn gezicht. ‘Gaat u weg. Wij vinden dit niet gepast.’ Ik deed een stap achteruit. Ik legde uit dat ik een bekende was. En dat ik elke dag hier in de kamer was geweest. De magere man, die zich al weer naar het bed gedraaid had, keek niet opnieuw om. ‘Ga,’ snauwde hij. Ik ging. Ik wist dat hij anders op de rode knop zou drukken. Dat was al vaker gebeurd. De vrouw met het witte jurkje zou uit haar hokje komen, ontstemd dat ze was losgerukt van haar televisie.

Nadat moeder was meegenomen door de mannen met de open vrachtwagen, kwamen er andere mannen met een auto. Ze namen ons mee. Lang reden we totdat de vertrouwde bergen uit het zicht waren verdwenen. De omgeving werd plat. We kwamen bij een stad waar we in een huis werden gebracht. Hier kregen we eten, maar mochten niet naar buiten. Uit het raam kon ik motoren zien rijden over een stoffige straat. Kraampjes met eten en sigaretten langs de weg. Na een paar dagen werden we opnieuw meegenomen. En opnieuw. En opnieuw. Tot ik alleen was en niet meer wist waar mijn broers en zussen waren. In de laatste stad waar ik aankwam, was het koud en regende het. Ik kreeg een kamer met een bed en een tafel. Mannen brachten me eten en vertelden me over de stad waar ik was. En over de ziekenhuizen die ik schoon moest maken. Ik mocht blij zijn, vertelden ze me, dat ze me uit die rotzooi hadden gehaald. En dat ik op zondag niet hoefde te werken. Ik probeerde blij te zijn voor ze, maar was ook bang. Ik vroeg me af waar mijn broers en zussen waren. En ik vroeg de mannen waar ze mijn moeder hadden heengebracht. En of ze alweer uit bed kon komen. Ze hadden mijn moeder niet weggebracht, antwoordden ze me, en ze zouden uitzoeken waar mijn familie was. Maar dat hebben ze me nooit meer verteld. Als ik in mijn kamer op het bed zat, probeerde ik aan mijn moeder te denken. Hoe ze danste over de hellingen met voorjaarsbloemen. Voor mij danste ze daar opnieuw en wachtte ze tot we bij haar terugkwamen.

Op de gang voelde ik in mijn jaszak. Ik had nog sigaretten. Ik besloot nog even te gaan roken. Buiten werd het langzaam donker. Ik stond onder het dakje en neuriede. Boven sloot een magere hand een raam en schoof de vale gordijnen ervoor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: