Mooi plekje (fragment uit de serie Luc) (PD)


Vanuit mijn ooghoek zag ik mijn nichtje Chloé. Toen ze me aankeek, dook ik nog verder weg achter de rok van mijn moeder. Tot alleen mijn hoofd nog voor Chloé zichtbaar was. Ze deed altijd heel gemeen als ze bij ons op visite kwam met tante Judith. Dat was nog niet het ergste, want elke keer als Chloé op mijn kamer was komen spelen, miste ik wel een paar soldaatjes. Ik wist zeker dat zij ze kwijt maakte of mee naar huis nam. Om te voorkomen dat mijn leger steeds verder uitdunde en in de handen van de vijand viel, verstopte ik de soldaatjes voortaan op een geheime plek.
Ik vond het fijn zo dicht tegen mama aan. Ik kon me mooi verstoppen voor de mensen om me heen. Ze waren er allemaal. Oom Gérard, tante Nicole, de zusjes Trichet – de twee oude nichtjes van mijn moeder die samen in een huis woonden, niet ver bij ons vandaan. Maar een heleboel mensen kende ik niet. Er waren lange, magere mannen bij, in zwarte pakken met stropdassen. Zoiets had ik nog nooit gezien. Ze stonden daar heel stil, sommigen hun hoofd naar beneden gebogen, starend naar de grond. Hun handen in elkaar gevouwen voor zich. Bij eentje zag ik een traan over de wang lopen en bij een paar van die mannen zag ik soms een bobbel in de keel op en neer ging. Ik vond het een gek gezicht. Die bobbel had iets met een appel en Adam te maken, maar ik snapte de uitleg van mijn moeder niet, toen ik het ding een keer aanwees in de krant op een foto van een meneer in uniform.
Toen we eerder in de zwarte geklede stoet de kerk uit liepen naar de plek waar papa heen zou gaan, durfde ik het mama pas te vragen.
“Wie zijn dat?” vroeg ik wijzend naar de groep zwijgzame mannen, die achteraan in de stoet liepen.
“Het zijn vrienden van papa”, fluisterde ze zo zacht dat ik het bijna niet kon verstaan.
Ik had ze nog nooit bij ons thuis gezien. Ze leken wel een beetje op papa en ik vroeg me af of ze ook zo hard konden slaan. We stonden in een kring om een donker gat in de grond met daarboven een donkerbruine houten kist met een krans witte bloemen er op. Vanmorgen had mama nog een keer verteld waar papa heen ging.
“Je papa wordt begraven en krijgt een mooi plekje.”
Even moest ik aan de telefoon bij ons in de gang denken. Daar zat hij vast ook niet meer in, want hij zou nu wel niet meer bellen, vermoedde ik.
Ik hoorde de pastoor, die vlak bij de kist stond iets vertellen, maar ik snapte er niet veel van. Bij vlagen hoorde ik hem iets in een vreemde taal zeggen, wat ik wel eens in de kerk had gehoord. Daarna waren vier mannen naast de kist gaan staan en lieten een touw langzaam door hun handen glijden, waardoor de kist de grond in zakte.  Mijn moeder huilde weer. Steeds harder snikte ze toen de kist verder de grond in zakte. Ook de zusjes Trichet en tante Nicole huilden. Zelfs Chloé huilde. De mannen zwegen. Al die tijd had ik naar de kist gekeken tot ik hem niet meer kon zien, toen keek ik omhoog naar mama. Ik had niet meegehuild met haar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: