Val-de-Ricard (fragment uit de serie Luc) (PD)


Gisteren zouden er in Lucs volmaakte plan vandaag geen doden zijn gevallen. Tot Benoît in het spel kwam. Het hele plan dreigde nu te mislukken door één daad van bravoure van Luc. Hij moest gisteren in de kroeg zo nodig opscheppen. Te trots om het voor zichzelf te houden. Zijn maten mochten best weten wat hij had bekokstoofd.  Maar wat Luc niet kon vermoeden, was dat de gluiperige Benoît een eindje verderop had zitten meeluisteren naar de stoere taal die hij uitkraamde. Nu wilde Benoît een graantje meepikken. Luc was de ochtend na zijn zuipavond overrompeld door het onaangekondigde huisbezoek van de gluiperd, die nu dreigend in de deuropening stond. Met Benoît moest je niet spotten wist Luc en in een flits zag hij weer voor zich hoe de man die voor hem stond op een avond een mes tussen de ribben van een Algerijn stak, simpelweg omdat zijn kop hem niet aan stond. Luc had op een afstandje toegekeken. De Noord-Afrikaan overleefde de aanval, Luc zweeg als het graf.

Om het plan uit te voeren moest Luc zijn eigen falen in de kroeg rechtzetten. Hij moest improviseren. Luc besefte dat hij voorlopig niet om Benoît heen kon. Toch wilde hij aan het einde van de rit zijn slag slaan. Alleen. Om dat voor elkaar te krijgen, moest hij Benoît eerst als compagnon toelaten. Voorlopig was dat deel van het plan al lastig genoeg. Luc zou later bedenken hoe verder. Hij had tijdens de rit nog genoeg tijd om na te denken hoe hij van zijn probleem af zou komen.
Ze spraken af die middag samen naar Val-de-Ricard te rijden. Benoît zou voor wat vuurwerk zorgen. Wat in de praktijk neerkwam op een 9mm vuurwapen. Luc wist dat Benoît niet op pad ging zonder en had een voorgevoel dat de gluiperd stond te popelen het ding te gebruiken.
Een Quick restaurant in de Rue de Lyon. Benoîts idee van een anoniem trefpunt. Hij was het ook die voorstelde om voor vervoer te zorgen. Hij vervloekte de gluiperd toen hij de afgereden Renault Espace een half uur later dan gepland in beeld kreeg. De arrogante klootzak stopte ook nog eens aan de overkant van de straat, zodat Luc naar de Espace moest lopen, volledig in het zicht van de Quick gasten die kauwend op hun moddervette hamburgers naar buiten staarden. De auto viel op door zijn lelijkheid. De ooit blinkende blauwe metallic verflaag had plaatsgemaakt voor mat blauwgrijs. Het rechterportier sprong in het oog door zijn afwijkende crèmekleur. Opvallend genoeg nog wel fris metallic. Die frisheid vertaalde zich niet naar een soepel opengaande portier. Kreunend gaf het Luc toegang tot zijn plek in de auto, die van bijrijder.
Geen groet toen Luc zonder naar Benoît te kijken in de versleten passagiersstoel zakte. Pas na enkele seconden ongemakkelijk stilzwijgen draaide Luc zijn hoofd verwachtingsvol richting de bestuurder. Ze konden voor zijn part vertrekken. Pas toen hij Benoît aankeek, ving hij iets op in zijn linker ooghoek dat daar niet thuishoorde. De tengere vrouw op de achterbank gaapte hem verveeld en half onderuit gezakt aan. Twee diepzwart opgemaakte ogen leken dwars door Luc heen te kijken. Lucs plan raakte steeds meer verstrikt in de grillen van Benoît.
“Wat is dat?” zei Luc, terwijl hij de vrouw aankeek. Zijn woorden waren akelig kalm voor iemand die kookte van binnen.
“Gaat je niets aan. Gewoon een vriendin die zin had in een ritje.” De gluiperd had ondertussen nog geen blik gewisseld met Luc. De vrouw zweeg, op het smakkende geluid van een stuk kauwgom na, dat zich af en toe even aan de buitenwereld toonde om vervolgens weer te worden verzwolgen.
“Godverdomme, we zouden toch met z’n tweeën gaan.” Luc wilde zich gedeisd houden bij Benoît, maar dit kon hij niet over zijn kant laten gaan.
“Ta gueule”, brieste Benoît. “Je houdt je kop, anders sodemieter je maar op.”
Luc bond in. Hij besefte zich dat Benoît net zo goed alleen naar Val-de-Ricard kon rijden om zijn plan uit te voeren.
“Oké, het is al goed Benoît”, suste Luc om erger te voorkomen. Hij gaf een knikje richting de straat ten teken dat ze konden vertrekken. Benoît manoeuvreerde de auto uit het parkeervak en reed richting snelweg.
De vervallen staat van de Espace deed anders vermoeden, maar aan snelheid had de wagen niets verloren. Direct nadat ze de A55 op waren gereden, bleef de teller van de snelheidsmeter pontificaal op 170 staan. Binnenboord maakte het geronk van de motor het vrijwel onmogelijk om een woord te wisselen. Voor Luc en Benoît geen probleem. Ze hadden elkaar niets te vertellen. Toch voegde de anonieme vrouw een spanning toe aan de akelige stilte waar Luc niet goed raad mee wist. Hij wist niet eens hoe ze heette, bedacht Luc zich. Alsof dat er toe deed. Hij mocht haar niet had hij al lang besloten. Benoît scheurde ongestoord door.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: